CIO’s zien zelftestende teams als struikelblok

Het merendeel van de Nederlandse CIO’s en IT-managers ziet de toegevoegde waarde in van continuous delivery, maar is nog huiverig deze nieuwe manier van software-ontwikkeling in te voeren. Dat blijkt uit een rondvraag van IT-dienstverlener COOLProfs en consultancybureau KPMG onder tientallen CIO’s en IT-managers.

Continuous delivery is een logisch vervolg op de Agile werkwijze, met als grootste verschil dat de software in kleine stukken in een paar dagen tijd wordt ontwikkeld en opgeleverd. Voorheen werden stukken software in een aantal weken ontwikkeld, en het systeem of de release pas na maanden van testen en aanpassen in één keer live gezet. Bij continuous delivery wordt er dagelijks nieuwe software ingecheckt voor een continue integratie. Het testen gebeurt volledig geautomatiseerd.

Bij continuous delivery kunnen IT-teams autonoom software klaar zetten en eventueel ook direct live zetten. Nieuwe software wordt hierdoor zodra het ontwikkeld is te gelde gemaakt door het bedrijf, en organisaties die op deze manier werken, zijn continu innoverend bezig.

Veel CIO’s en IT-managers erkennen de voordelen van deze nieuwe manier van werken, maar zien ook veel beren op de weg, waardoor ze niet daadwerkelijk de stap durven te zetten. Uit de rondvraag van COOLProfs en KPMG kwam naar voren dat CIO’s vier grote struikelblokken zien. Ten eerste vrezen ze dat, doordat ontwikkelteams zelf verantwoordelijk zijn voor het testen, en ze de software zelf naar productie brengen, er te veel fouten zullen worden gemaakt.

Lees hier de rest van de struikelblokken