De discontinuïteit in testprocesverbetering

Bij TPI nemen we aan dat er een natuurlijke groei is. Maar is dat wel zo?

Eind vorige jaar kreeg ik het verzoek om een Test Process Improvement-scan te doen. Ik heb toen vrij resoluut de boot afgehouden omdat het binnen de context van deze klant niet veel rendement zou opleveren. Twee vragen: wie geeft de opdracht voor zo’n scan en waarop zijn de conclusies gebaseerd? Antwoorden: de teamleider respectievelijk de methodiek. Deze organisatie was echter op zoek naar een oplossing die werd gedragen door de uitvoerende testers. Elke verbetering van boven zou dit team niet accepteren. Het stond best open voor praktische en operationele verbeteringen, maar liet zich daarbij zeker niet verleiden tot een methodisch onderbouwde werkwijze. Dat was gewoon niet zo belangrijk. ‘Als het werkt, dan werkt het voor ons.’

Bij TPI nemen we meestal aan dat er een natuurlijke groei is. Ook de maturity-modellen gaan hiervan uit. Je begint op level 1 en als je zorgt dat je je proces op orde hebt, kun je jezelf level 2 of zelfs 3 noemen. Hiervoor is het wel belangrijk dat je plannen maakt, zorgt voor een testbeleid en regelmatig je uitgangspunten herijkt. Menige organisatie van level 1 is ad hoc en reactief. Ook heerst er vaak een heldencultuur. De hogere levels vertegenwoordigen daarentegen controle en uniformiteit. Voor testers die zijn opgegroeid met de bestaande maturity-modellen is dit gemeengoed en ik denk dat ik altijd heb geloofd dat als je eenmaal level 3 bent, je evolutionair kunt doorgroeien naar de hogere levels. Maar is dit wel zo?

Lang geleden liep op onze aarde de neanderthaler rond. Vanuit zijn comfortabele grot zag die de apen buiten in de regen vechten om hun schaarse eten, terwijl hij droog zat en net een vers gebraden bizonkluif van het vuur haalde. Evolutie is een mooi ding, dacht hij misschien wel, en zijn gedachten dwaalden af naar de toekomst … Het zou allemaal nog veel beter worden. De neanderthaler heeft zijn toekomstdromen echter nooit waargemaakt. Zijn evolutie werd in de kiem gesmoord toen de homo sapiens vanuit het niets opkwam. Deze ontwikkelde zich langs andere lijnen en bleek sneller en gemakkelijker in staat een situatie te realiseren waarvan de neanderthaler slechts kon dromen.

De opmars van Agile brengt een soortgelijke aardverschuiving. Teams worden multidisciplinair en testen een aandachtspunt voor iedereen. Kwaliteit wordt geborgd door samenwerking in plaats van met formele quality gates. De bekende testmethodes verdwijnen meer naar de achtergrond. Hoewel zij nog steeds een uitgangspunt kunnen vormen voor de inrichting van het testproces, wegen de ervaringen van het team zwaarder dan de methodiek.

Ik vraag me daarom steeds meer af of er geen discontinuïteit is in de testverbetering. De weg waarbij je vanuit een natuurlijke groei naar de hogere volwassenheid toewerkt, lijkt moeizaam en lang. Dit blijkt wel uit het beperkte aantal organisaties die op bijvoorbeeld TMMI-level 5 opereren. Er is een snellere weg, maar deze dwingt ons om enkele vertrouwde uitgangspunten los te laten. Om te erkennen dat sommige van onze waarheden eigenlijk achterhaalde dogma’s zijn die we beter achter ons kunnen laten. Durven we dat te doen, dan kunnen het vertrouwde pad verlaten.

Het zal even wennen zijn. Misschien voelt het als achteruitgang, maar de kost gaat voor de baat uit. We moeten eerst door het kreupelhout heen en de kloof van de discontinuïteit overbruggen. Dan komen we echter op een zeer begaanbare weg: de snelweg naar een zeer effectieve en waardevolle testaanpak, waarmee we het verschil kunnen maken voor onze organisatie.

———————
Derk-Jan de Grood werkt als testexpert bij Valori. Hij adviseert organisaties bij het inrichten en verbeteren van hun testactiviteiten. Als productmanager werkt hij aan innovaties in het Valori dienstaanbod. Daarnaast spreekt en publiceert hij met groot enthousiasme over ontwikkelingen in het testvak.